De Gemeente Groningen gaat het voormalige Suikerunieterrein herontwikkelen. De ondergrond speelt daarbij een belangrijke rol en de data en modellen van de Basisregistratie Ondergrond (BRO) ook. Met het programma BRO werd daarom gewerkt aan een praktijkvoorbeeld. Op het Suikerunieterrein spraken we met het 3D-team van de Gemeente Groningen en Martin Peersman, de Programmamanager van de BRO, over het waarom, de aanpak en de opbrengsten.

Team 3D Groningen

  • Gerd de Wolde studeerde Milieu- en bodem hygiëne en werkt bij de gemeente als BRO Coördinator en bodeminformatiebeheerder.
  • Leontien Spoelstra studeerde Archeologie en is nu als Adviseur Geo-informatie de initiator en opsteller van Visie 3D Groningen. In dit project trad zij op als product owner.
  • Andries Nolles werkt vanuit Ordina als (3D) GIS-Specialist mee aan 3D Groningen in diverse projecten.
  • Martin Peersmann is Basisregistratie Ondergrond Geoloog van opleiding. Op dit moment is hij Programmamanager BRO.

Waarom wordt het Suikerunieterrein herontwikkeld?

Leontien Spoelstra legt uit: ‘Het Suikerunieterrein is een unieke plek, dicht bij stad en natuur. Vroeger werd hier suiker gewonnen uit suikerbieten. Voor het oude fabrieksterrein en de noordelijke vloeivelden zijn scenario’s in ontwikkeling voor woningbouw. Voor de zuidelijke vloeivelden moet dit traject grotendeels nog starten en waar beter te beginnen dan met een grondige analyse van de ondergrond. In dit geval met ondersteuning van het Programma Basisregistratie Ondergrond.

Inzicht in de ondergrond

Gerd de Wolde: ‘Vanuit het uitvoeringsprogramma bodem en ondergrond was reeds de wens om goed inzicht in de ondergrond in 3D te hebben om die te kunnen benutten voor opgaven voor de bovengrond. Voor collega’s uit verschillende disciplines die betrokken zijn bij de herontwikkeling is de informatie over de ondergrond van belang. Vragen over afwatering van regenwater, plaats voor dieren, funderingseisen, archeologische en cultuurhistorische geschiedenis etc. We werken dan ook interdisciplinair met collega’s van ecologie, archeologie, cultuurhistorie en bodem.’

Een praktijkvoorbeeld

Martin Peersmann vertelt: ‘Vanuit het ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK) willen we kennisopbouw voor toepassing van de BRO binnen en door gemeenten faciliteren. We waren als BZK onder de indruk van de 3D-visie van Leontien en haar team dat intern bij de gemeente breed gedragen is: Inhoudelijk lag er een goed voorstel om ondergrondse topografie en bovengrondse topografie te gebruiken voor de opgave.’

Aanpak

'We wilden een goed 3D-ondergrondmodel te hebben die we kunnen gebruiken voor keuzes voor de bovengrond’ vertelt de Wolde. Spoelstra: ‘Doordat we een visie hadden, was er ruimte en draagkracht om dit nu op te pakken. Praktisch gingen we scrummend samenwerken aan goede 3D Scene Viewer en brachten daarvoor mensen van verschillende afdelingen bij elkaar. Het resultaat daarvan was dat er meer begrip voor elkaar is, nieuwe ideeën ontstonden. Ook leidde dit ertoe dat GIS beter gepositioneerd is.’

BRO

Oorspronkelijk is de Wet BRO geinitieerd vanuit de opkomst van de open data. De beschikbaarheid van data en modellen over de ondergrond is noodzakelijk voor de vier grote thema’s uit de nationale omgevingsvisie:

  • Ruimte voor klimaatadaptatie en energiestrategie
  • Duurzaam economisch groeipotentieel
  • Sterke en gezonde steden en regio's
  • Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

Schrijf u hier in voor het webinar 'Met de BRO de diepte in' op dinsdag 1 december.

BRO-data en -modellen

Nolles vertelt verder: ‘De verschillende BRO-datasets en -modellen zoals hydrologisch ondergrond model REGIS, geologisch model GeoTOP, en de boringen en sonderingen die beschikbaar zijn hebben we gecombineerd met onze eigen data over bijvoorbeeld vervuiling, archeologie, riolering en data uit de Living Atlas van Esri.’

Inzichten voor stedelijke ontwerp uit BRO-data en -modellen

De BRO-data zelf gaf ons bijvoorbeeld meer zicht op de pleistocene ondergrond waardoor we beter wisten waar aanvullend onderzoek nodig is om te bepalen hoe fundering voor bebouwing moet zijn. De Wolde: ‘Archeologie was erg enthousiast over de pleistocene data voor bepaling waar aanvullend onderzoek nodig is.' Ook is gebruik gemaakt van REGIS om te kijken naar waterdoorlaatbaarheid. Dat geeft inzicht in het ontwerp waterhuishouding op gebouw en gebiedsniveau. Tegelijkertijd werd daarmee ook het belang van volgende tranches van BRO-data zichtbaar op het gebied van grondwater en (geotechnische) boormonsters.

Positionering binnen de gemeente Groningen

Spoelstra vult aan: ‘We hebben aangetoond wat de relatie tussen ondergrond en bovengrond is. Dat is gezien door onze organisatie en zo is dit een vliegwiel geworden om standaard veel meer met 3D te doen. De eerste drie volgprojecten liggen al klaar. Door dit project is het ondergrondmodel veel beter gepositioneerd in onze organisatie. Ook hebben we heel veel van 3D (-tooling) geleerd. Daardoor hebben we een veel beter beeld van wat we kunnen bieden en hoe we dat doen. Ook tussen afdelingen is nu meer begrip van elkaars software-platformen en weten we dat je met standaarden moet werken tussen afdelingen en met partners. Dus niet alleen meer in PDF opleveren! Nu al werkende, leren we steeds beter hoe we kunnen helpen. We hoeven minder te brengen en worden meer gehaald.’

Wat kunnen andere partijen van deze aanpak leren?

Peersmann:‘Je ziet hier het belang van een gedragen visie om in 3D te werken. Essentieel daarbij is de manier waarop door alle betrokken afdelingen in samenwerken tot stand is gekomen.’

Meer informatie

Wilt u meer weten over de Basisregistratie Ondergrond? Neem contact met ons op via contact@esri.nl.

En bekijk hier de StoryMap over 3D Basismodellen.

Maarten Welmers

Petra fotografie

Deel dit artikel: